-
De volgende rol(len) van de leraar staan centraal in deze onderwijseenheid:
Informatie over de onderwijseenheid
Het is tijd om af te studeren. De zij-instromer is klaar voor de Proeve van Bekwaamheid. Alles wat zij de afgelopen jaren hebben geleerd in de praktijk en op de CHE mogen ze nu verder toepassen. De zij-instromer staat min. 2 dagen zelfstandig voor de klas en werkt aan de beroepsrollen van de opleiding leraar basisonderwijs.
Leeruitkomst:
Jij functioneert vanuit landelijke bekwaamheidseisen als verantwoordelijke en startbekwame onderwijsprofessional, in (on) bekende situaties en een internationale of multiculturele context. Jij toont leiderschap in complexe beroepssituaties en gevorderde kennis en vaardigheden.
De volgende rol(len) van de leraar staan centraal in deze onderwijseenheid:
Informatie over de onderwijseenheid
In deze onderwijseenheid heeft de student een keuze gemaakt voor een verdiepende onderwijsroute gericht op het 'Jonge Kind' (de groepen 1-3) of het 'Oudere kind' (de groepen 4-8). Het op een eigen-wijze ontwerpen en uitvoeren van onderwijs passend bij de doelgroep staat centraal. Het is dan ook van belang dat de 'werkplekleren-praktijk' van de student aansluit bij de gekozen onderwijsroute.
In voorgaande onderwijseenheden (2.2 & 3.1) toonde de student aan (methode)lessen te kunnen verrijken en vakoverstijgende en betekenisvolle lessen te kunnen geven. Ook liet de student zien planmatig onderwijs passend bij de instructie- en onderwijsbehoefte van de groep te kunnen creëren. In deze onderwijseenheid zal de student zich verder verdiepen in de specifieke leeftijdsfase van de groep om vanuit onderwijsvisie creatief, innovatie en betekenisvol onderwijs te ontwerpen en uit te voeren. De student zal in overleg met de werkplek een eigen onderwijsontwerp maken en uitvoeren. Gedurende het werkplekleren zal de student werken met een Logboek, waarin bijgehouden wordt hoe het onderwijs aangepast wordt/is op de veranderende leer-/ontwikkel-behoefte van leerlingen en welke leermomenten de student opdoet t.a.v. het ontwerpen van Eigen-wijs onderwijs. Als laatste zal de student binnen deze onderwijseenheid gaan oefenen met het voeren van een onderwijsdialoog binnen het onderwijsveld.
De studenten werken tijdens hun verdieping op het 'Jonge Kind' (de groepen 1-3) of het 'Oudere kind' (de groepen 4-8) aan de volgende leeruitkomst: Je geeft op onderbouwde, eigen wijze vorm aan onderwijs en sluit hierbij aan op de specifieke ontwikkelingsfasen van de kinderen in je groep. Je gebruikt hierbij relevante onderwijstheorie.