In semesterprogramma 7 staan WPL handelen (7.1) en de verdiepingsminoren (7.2) centraal. De student werkt toe naar hele dagen (zelfstandig) lesgeven en starten met het opzetten van praktijkgericht onderzoek, passend bij hun verdiepingsminor.
De volgende rol(len) van de leraar staan centraal in deze onderwijseenheid:
Informatie over de onderwijseenheid
Tijdens WPL Handelen 7.1 werkt de student aan de vijf beroepsrollen van leerkracht basisonderwijs. De student staat dit semester twee dagen per week voor de klas (deeltijd min. 1 dag).
Op woensdag zal de student op de WPL school zijn in verband met het onderzoek van 7.2.
Op donderdag is er een collegedag op de CHE, waar de studenten elkaar ontmoeten en met elkaar ervaringen vanuit WPL handelen uitwisselen via o.a. supervisie of intervisie.
Leeruitkomst:
Jij functioneert als onderwijsprofessional die, onder verantwoordelijkheid van de werkplekbegeleider, hele dagen lesgeeft. Jij toont leiderschap, kennis en vaardigheden in complexe beroepssituaties.
Oriëntatiefase
Het werkplekleren start met een oriëntatiefase. De student gebruikt de eerste vier dagen om informatie te verzamelen over de klas en gaat starten met het geven van een aantal lessen. De student werkt dit semester toe naar hele dagen lesgeven. Doorgaans krijgt de student feedback van de werkplekbegeleider en schoolopleider.
Tussentijdsontwikkelgesprek
Halverwege het semester komt de instituutsopleider langs voor een lesbezoek en een ontwikkelgesprek. De WPL-Wijzer van semester 7 staat centraal. Hierin staat de reflectie van de student en de feedback op de verschillende beroepsrollen. De WPL-Wijzer wordt met de student, de instituutsopleider, werkplekbegeleider en schoolopleider besproken. Daarnaast bespreekt de student de uitkomsten op de CHE met de studentbegeleider. Dit leidt tot nieuwe leerwensen voor het vervolg van 7.1.
Afronding van het semester
Aan het einde van het semester is de WPL-Wijzer summatief. De WPL-Wijzer bespreekt de student met de werkplekbegeleider en schoolopleider op de werkplek. De uitkomsten bespreekt de student op de CHE met de studentbegeleider. Informeer bij een onvoldoende optijd de instituutsopleider.
De volgende rol(len) van de leraar staan centraal in deze onderwijseenheid:
Informatie over de onderwijseenheid
Tijdens deze onderwijseenheid voert de student een praktijkonderzoek uit dat gekoppeld is aan een praktijkvraagstuk binnen de stageschool waar hij/zij werkzaam is. Het doel van dit praktijkonderzoek is om een waardevolle bijdrage te leveren aan de stageschool.
Beoordelingsformulier 7.2 WPL
video - SP7 Minoronderzoek & hele dagen lesgeven
Binnen het praktijkonderzoek ontwerpt de student een oplossing die aansluit op zowel de rol binnen de minor (zie beschrijving hieronder) die de student volgt als het praktijkvraagstuk op de stageschool.
Beschrijving van de drie verdiepingsminoren Educatie
De student leert hoe hij/zij als educational leader veranderingen binnen de school kan initiëren en begeleiden. Dit gebeurt door het maken van een advies en veranderplan, waarbij zelfinzicht en teamdynamiek centraal staan. Het doel is om impact te maken en draagvlak te creëren voor verbetering.
De student ontwikkelt zich tot onderwijsontwerper door een onderwijsproduct te ontwerpen op basis van een praktijkprobleem binnen de werkplek. De nadruk ligt niet alleen op het eindproduct, maar vooral op het ontwerpproces en het ontwikkelen van nieuwe ontwerpvaardigheden.
De student neemt de rol van pedagoog op zich en stelt een pedagogisch groepsplan op om het groepsklimaat positief te beïnvloeden. Dit gebeurt via een interventie gebaseerd op een praktijkprobleem in de klas. Het proces is hierbij net zo belangrijk als het product, met mogelijke doorontwikkeling in semester 8.