AdobeStock 710453069 kopie
Semester 8

In semesterprogramma 8 staat het afstuderen centraal. De student is klaar voor de Proeve van Bekwaamheid (8.1), voert zijn praktijkgericht onderzoek uit (8.2) en beschrijft zijn of haar ontwikkeling als leerkracht in een Position Paper (8.3).

Semesterprogramma 8.1

De volgende rol(len) van de leraar staan centraal in deze onderwijseenheid:  

  • De leraar als Waardengedreven professional
  • De leraar als Pedagoog
  • De leraar als Didacticus
  • De leraar als Onderwijsontwerper
  • De leraar als Teamspeler

Informatie over de onderwijseenheid 
Het is tijd om af te studeren. De student is klaar voor de Proeve van Bekwaamheid. Alles wat zij de afgelopen jaren hebben geleerd in de praktijk en op de CHE mogen ze nu verder toepassen. De student staat drie dagen (deeltijd min. 2 dagen) zelfstandig voor de klas en werkt aan de beroepsrollen van de opleiding leraar basisonderwijs.

Eisen voor de Proeve van Bekwaamheid:

  • De PvB is drie dagen in dezelfde groep gedurende 40 of 50 dagen (afhankelijk van het contract). Voor deeltijd is dat minimaal twee dagen in dezelfde groep. 
  • In de groep zitten minimaal 15 leerlingen (regulier), 10 leerlingen (SBO) of 7 leerlingen (SO).
  • Praktijkleren in het SO en VSO kan alleen in groepen waar de leerlingen functioneren bij een ontwikkelingsniveau zoals verwacht kan worden van een vierjarige tot twaalfjarige. 
  • Er mag geen familie in de groep zitten of werkzaam zijn op de basisschool.

Leeruitkomst:
Jij functioneert vanuit landelijke bekwaamheidseisen als verantwoordelijke en startbekwame onderwijsprofessional, in (on) bekende situaties en een internationale of multiculturele context. Jij toont leiderschap in complexe beroepssituaties en gevorderde kennis en vaardigheden.

Startfase (oriëntatie)
Het werkplekleren start met een oriëntatiefase. De student gebruikt de eerste drie dagen om informatie te verzamelen over de klas en gaat starten met het geven van een aantal lessen. Vervolgens geeft de student zelfstandig hele dagen les. Doorgaans krijgt de student feedback van de werkplekbegeleider en schoolopleider.

Tussentijdsontwikkelgesprek
Halverwege het semester komt de instituutsopleider langs voor een ontwikkelgesprek. De WPL-Wijzer van semester 8 staat centraal. Hierin staat de reflectie van de student en de feedback op de verschillende beroepsrollen. De WPL-Wijzer wordt met de student, de instituutsopleider, werkplekbegeleider en schoolopleider besproken. Daarnaast bespreekt de student de uitkomsten op de CHE met de studentbegeleider. Dit leidt tot nieuwe leerwensen voor het vervolg van 8.1.

Afronding van het semester
Aan het einde van het semester is de WPL-Wijzer summatief. De WPL-Wijzer bespreekt de student met de werkplekbegeleider en schoolopleider op de werkplek. De schoolopleider heeft contact met de instituutsopleider over de eindbeoordeling. De instituutsopleider rondt het proces van de PvB af. 

Semesterprogramma 8.2

Leeruitkomst
Jij geeft blijk van vakmanschap en innovatief vermogen door met een grote mate van zelfstandigheid bij te dragen aan het oplossen van complexe (en onvoorspelbare) problemen in je werkomgeving. Jij onderbouwt je handelen vanuit onderzoekend vermogen en een gedegen theoretische basis en verwerft draagvlak voor de uit praktijkonderzoek voortgekomen inzichten.

Indicatoren
8.2.1
Je signaleert complexe en relevante problemen in je werkomgeving en werkt deze zelfstandig uit in een onderzoeksvraag.

8.2.2
Je kiest passende methoden om het geselecteerde praktijkvraagstuk te onderzoeken en je onderbouwt je keuzes vanuit theoretische inzichten die gericht zijn op de kernbegrippen uit de onderzoeksvraag.

8.2.3
Je voert je onderzoeksplan op methodisch verantwoorde wijze uit met een grote mate van zelfstandigheid en toont aan dat je daarbij rekening houdt met onderzoeksethiek.

8.2.4
Je presenteert je onderzoeksresultaten en daarop gebaseerde voorstellen op een voor vakgenoten begrijpelijke en aantrekkelijke manier in een ordelijk, logisch consistent betoog met verzorgd taalgebruik.

8.2.5
Je toont je onderzoekend vermogen door de opgedane inzichten in jouw praktijkonderzoek te koppelen aan bredere inzichten vanuit het vakgebied.

Het praktijkonderzoek richt zich op het zelfstandig en onderzoekend bijdragen aan het oplossen van complexe en praktijkgerichte vraagstukken binnen de onderwijspraktijk.

Met deze toets toon de student aan dat hij/zij beschikt over onderzoekend vermogen, vakmanschap en innovatief handelen. De student laat hiermee zien dat hij/zij praktijkgericht onderzoek kan uitvoeren dat leidt tot onderbouwde inzichten en concrete verbetervoorstellen met draagvlak in de beroepspraktijk.

Het praktijkonderzoek kan een vervolg vormen op het ontwerponderzoek uit minorprogramma SP7.2.
Dit is het geval wanneer het praktijkprobleem, de context en/of de interventie voortbouwen op het in SP7.2 uitgevoerde ontwerponderzoek, bijvoorbeeld door het effect van een ontwikkeld ontwerp verder te onderzoeken, testen of evalueren.

Tegelijkertijd kan de student SP8.2 ook zonder voorafgaand ontwerponderzoek en los van SP7.2 volgen.
Wanneer men SP8.2 los volgt, zijn de onderstaande mogelijkheden beschikbaar:

  • een interventieonderzoek op basis van een bestaand ontwerp of bestaande interventie, óf
  • een verkennend onderzoek gericht op het verkrijgen van inzicht in het praktijkprobleem en het onderbouwen van een passende oplossing.

 In beide gevallen sluit het onderzoek direct aan bij de leerdoelen en beoordelingscriteria van SP8.2 en is sprake van dezelfde studiebelasting (5EC).

 Het praktijkonderzoek wordt afgerond met:

  • een schriftelijk onderzoeksverslag van 5000 woorden (+-10%). Deadline: maandag 1 juni 2026 9:00.
  • een presentatie op de hogeschool voor docenten, werkveldbeoordelaars en medestudenten (donderdag 4 juni 2026). De presentatie is een beknopte weergave van het onderzoek, met nadruk op de onderzoeksmethode, de resultaten, en de aanbevelingen die uit het onderzoek volgen.
  • een presentatie van het praktijkonderzoek op de werkplek (WPL – beoordeling uiterlijk 12 juni 9:00 uur inleveren). De presentatie op de WPL is eveneens een beknopte weergave van het onderzoek waarin de student voor collega’s op een begrijpelijke en aantrekkelijke manier het onderzoek en de daaruit volgende aanbevelingen toont. De WPL beoordeelt op indicator 8.2.4 (zie boven).

Semesterprogramma 8.3

Leeruitkomst
Jij profileert jezelf in je beroep als een reflectieve en lerende professional met impact. Jij verbindt je persoonlijke identiteit en beroepsidentiteit binnen de dynamiek en complexiteit van de onderwijspraktijk. Jij deelt je professionele inzichten met vakgenoten.

Indicatoren
8.3.1
Je functioneert binnen het team als een waardegedreven leerkracht met zelfvertrouwen, energie en passie, die zich bewust is van zijn professionele identiteit en reflecteert kritisch reflecteert op eigen handelen.

8.3.2 Je onderzoekt en bespreekt aan de hand van dilemma’s of jouw handelen in overeenstemming is met jouw overtuigingen, normen, waarden en vakkennis en zoekt daar professionele afstemming over.

8.3.3 Jij neemt onderbouwde professionele beslissingen waarop jij positief kritisch reflecteert, waarbij je kunt verantwoorden hoe je bijdraagt aan het team.

8.3.4 Je reflecteert op de ontwikkeling van je professionele identiteit en je geeft aan hoe je van startbekwame naar een vakbekwame professional wilt ontwikkelen in de toekomst met aandacht voor veerkracht en het stellen van grenzen

Startfase
In dit semester rond je dat af.  In semester 8 start je met je Proeve van Bekwaamheid waar je toe werkt naar de landelijke bekwaamheidseisen voor de startbekwame leerkracht. Daarnaast organiseer je deelname aan intervisie of supervisie.

Halverwege het semester bespreek je met je studentbegeleider in een ontwikkelgesprek hoe je leren en ontwikkelen verloopt. De WPL-Wijzer van semester 8 staat centraal. Hierin staat jouw reflectie en de feedback op de verschillende beroepsrollen.
Je werkt verder aan een PI dossier waarin je zicht geeft op je ontwikkeling tot startbekwame leerkracht en op je professionele identiteit als startbekwame leerkracht. En in je PVB ga je op zoek naar dilemma’s voor je eindpresentatie op de CHE.

WERKWIJZE TOETSING PI DOSSIER

Opbouw
Aan de hand van de PI Paspoorten, leermomenten en dilemma’s kijk je terug op de ontwikkeling van je Professionele Identiteit (Wie ben ik als leerkracht? Wie ben ik in het team? Wie ben ik in het werkveld?).
Ook kijk je vooruit op waar je naar toe wilt werken na je afstuderen (Wie wil ik zijn? Hoe wil ik van startbekwame professional doorontwikkelen naar een vakbekwame professional?). Bij het bespreken van je Professionele Identiteit gaat het om kwaliteit en niet om kwantiteit. We willen terug zien wat je waarden zijn en waar het conflicten oproept op waardenniveau. We willen weten hoe je afwegingen maakt.

Hoe kom je tot een keuze voor het handelen in een situatie waar je een dilemma ervaart. Ben je in staat om te wisselen tussen de rollen waar nodig? Hoe blijf je stevig staan als leerkracht? Kun je je handelen verantwoorden door deze te beargumenteren en theoretisch te onderbouwen? Het persoonlijke zelf beschrijf je aan de hand van vragen als Waar ben je betrokken op? Waar ben je verantwoordelijk voor? Waar ben je eigenaar van? Bij welke groep hoor je? Hoe ben je in je sociale omgeving? Waar ga je voor? Wat zijn je talenten? En wat is je kompas?
Daarmee geef je woorden aan je kleur en expertise die je inbrengt in het onderwijsveld.

WERKWIJZE TOETSING DILEMMAPRESENTATIE

Opbouw
Je presenteert jezelf aan de hand van twee dilemma’s:
-Een dilemma rond veerkracht
-Een dilemma rond de rollen van de leraar

Bij het bespreken van je dilemma gaat het om kwaliteit en niet om kwantiteit. We willen terug zien wat je waarden zijn en waar het conflicten oproept op waardenniveau in je lespraktijk. We willen weten hoe je afwegingen maakt. Hoe kom je tot een keuze voor het handelen in een situatie waar je een dilemma ervaart. Ben je in staat om te wisselen tussen de rollen waar nodig? Hoe blijf je stevig staan als leerkracht?
Je geeft aan waarom je startbekwaam bent en hoe je wilt toe werken naar vakbekwaam. Je positioneert en profileert je vanuit je beroepsrollen in de beroepspraktijk. Je hebt het beroep van leerkracht eigen gemaakt, maar geeft ook aan hoe je je eigen kleur, expertise en werkwijze inbrengt in het onderwijsveld. Je handelen verantwoord je door deze te beargumenteren en theoretisch te onderbouwen.

 

© KOERSKRACHT

Algemene voorwaarden | Privacybeleid

Ontwerp en realisatie: Impuls