Het werkplekleren is een essentieel onderdeel van de opleiding. Studenten ontwikkelen zich geleidelijk van het geven van één les tot zelfstandige leerkrachten die hele dagen les kunnen geven en daarbij de verantwoordelijkheid van de klas kunnen dragen.
Semesterprogramma 3 richt zich op het verdiepen van lesgeefvaardigheden en lesovergangen.
Onderwijseenheid 3.1: Kind in de Klas
De volgende rollen staan centraal bij 3.1:
De leraar als pedagoog
De leraar als didacticus
Informatie over de onderwijseenheid
In deze onderwijseenheid onderzoek je jouw groep kinderen in de praktijk. Wat kenmerkt hen als groep, welke factoren lijken stimulerend en belemmerend te werken in het bieden van een optimaal leerklimaat? Je stelt een plan op om gericht bij hun instructie- en onderwijsbehoeften aan te haken. Ook focus je je op het individuele kind. Alles komt samen wanneer jij doelgericht gedifferentieerde lessen ontwikkelt en uitvoert.
De leeruitkomst waar de studenten aan werken is als volgt: Jij biedt een veilig leerklimaat waarbij je planmatig gedifferentieerd onderwijs geeft passend bij de instructie- en onderwijsbehoeften van de groep en individuele leerlingen.
Jij maakt daarbij gebruik van een diversiteit aan data en actuele vakinhoudelijke en pedagogische kennis.
De volgende rollen van de leraar staan centraal in deze onderwijseenheid:
- De leraar als waardengedreven professional
- De leraar als pedagoog
- De leraar als didacticus
Informatie over de onderwijseenheid
In deze onderwijseenheid ontwikkelt de student sensitief praktijk handelen vanuit de opgedane kennis van de zogeheten ecologische systeemtheorie van Bronfenbrenner, met als doel een veilig leerklimaat te creëren voor alle leerlingen. De student wordt zich bewust van de eigen identiteit en leert zich te verhouden tot diversiteit in o.a. cultuur en levensbeschouwing. De student bekwaamt zich in gespreksvoeringstechnieken met leerlingen en andere samenwerkingspartners. Binnen de vakken Engels, bewegingsonderwijs en godsdienst, wordt met oog op diversiteit van leerlingen, sensitief lesgegeven.
De studenten werken tijdens dit semester aan de volgende leeruitkomst: Je ontwikkelt sensitiviteit om aan te sluiten bij de individuele context van kinderen, zodat je voor hen een veilige leeromgeving creëert. Je kennis van deze individuele contexten is gevormd door gesprekken met samenwerkingspartners in de omgeving van kinderen. Je bekwaamt je als lerende professional in de toepassing van gespreksvoeringstechnieken. Je baseert je keuzes en handelen op vakinhoudelijke bronnen en leerlinggegevens uit verschillende informatiebronnen.